Voederwaarden en kengetallen in Farmdesk

Voederwaarden

Een herkauwer heeft energie, eiwit en structuur nodig voor haar melkproductie, groei, dracht en lichaamsonderhoud. De effectieve behoefte wordt berekend als functie van het lichaamsgewicht, de leeftijd, het aantal dagen in lactatie, de melkgift en het vet- en eiwitgehalte.

Voor een rantsoen kan de inhoud aan energie en eiwit berekend worden, en vervolgens kan men dit vergelijken met de theoretische behoefte.

De herkauwer doet echter geen wiskunde. Daarom is het zeer belangrijk om de diersignalen (melkgehaltes, conditie, mest, gedrag) op te merken, te evalueren, en op basis hiervan het theoretische rantsoen bij te sturen.

Een rantsoen bestaat uit voedermiddelen. Voor elk voedermiddel kunnen ‘harde’ kengetallen effectief gemeten worden in het labo. Deze zijn DS (drogestof), RE (ruw eiwit), RC (ruwe celstof), NDF, ADL, ZET (zetmeel), BZET (bestendig zetmeel), SUI (suiker) en VET - zie onder voor meer details. Op basis van deze metingen, kunnen de parameters VEM, FOS, DVE en OEB berekend worden.

Berekende kengetallen

  • Opname [kg DS] De totale opname van het rantsoen moet voldoende zijn, maar is anderzijds ook gelimiteerd. Enkel de opname is afhankelijk van de totale hoeveelheid voer, de andere parameters geven een dichtheid.
  • VEM [/kg DS] De Voeder Eenheid Melk is een maat voor de totale energiebehoefte (melkproductie, groei, dracht en onderhoud). Net zoals de andere parameters hieronder, wordt deze geëvalueerd per kilogram droge stof, dus als een dichtheid.
  • FOS [g/kg DS] De Fermenteerbare Organische Stof is een maat voor de pens-energie. Het is de hoeveelheid organische stof die in de pens beschikbaar is voor pensmicroben.
  • DVE [g/kg DS] Darm Verteerbaar Eiwit is het eiwit dat in de dunne darm verteerd wordt. Het is belangrijk voor melkeiwit en het duwt op de melkproductie. Het is afkomstig van twee bronnen: enerzijds eiwit dat in de pens gevormd is (microbieel eiwit), en anderzijds plantaardig eiwit dat onaangetast de pens passeert naar de darm is (bestendig eiwit).
  • OEB [g/kg DS] De Onbestendige Eiwit Balans is een balans tussen enerzijds het beschikbare eiwit en anderzijds de beschikbare energie voor de pensmicrobren. In theorie moet deze nul zijn, in de praktijk mag de waarde hoger zijn om op melkproductie te duwen. Een te hoge OEB leidt tot ureum overmaat in het bloed en de melk, wat een leverbelasting kan opleveren.

Harde kengetallen

  • DS Het DrogeStof percentage geeft aan hoe vochtig het rantsoen is. De snelheid van de vertering van celwanden, zetmeel of eiwit kan sterk beïnvloed worden door de vochtigheid van het rantsoen.
  • RE [g/kg DS] Aandeel Ruw Eiwit. Eiwitten kunnen aanzienlijk verschillen in de snelheid waarmee ze in de pens worden afgebroken. Snel afbreekbaar is het onbestendig gedeelte, traag afbreekbaar is het bestendig gedeelte. RE voorziening is belangrijk voor de melkproductie en de melkeiwit-vorming, op voorwaarde dat het gecombineerd wordt met voldoende energie.
  • RC [/kg DS] De Ruwe Celstof is een onderdeel van de celwand koolhydraten. Afhankelijk van de verhouting van de plant, kan deze goed of minder goed verteerbaar zijn. Hoe minder de verteerbaarheid, hoe meer structuurgevend in de pens. Traag verteerbare ruwe celstof resulteert via azijnzuurvorming in melkvet.
  • NDF [g/kg DS] Neutral Detergent Fibre geeft het totaal gewicht aan celwanden weer.  Een celwand is opgebouwd uit een middenlamel (bevat met name pectine), een primaire celwand (bevat met name cellulose en hemicellulose) en eventueel een secundaire celwand (bevat met name lignine (houtstof) en evt. cutine (kurkstof)). Pectines worden grotendeels in propionzuur omgezet ter vorming van glucogene energie terwijl cellulose en hemicelluloze grotendeels omgezet worden tot azijnzuur ter vorming van melkvet.
  • ADL [g/kg DS] De Acid Detergent Lignine is het gedeelte van de plant dat helemaal niet verteerbaar is. Deze lignines verdwijnen via de mest weer. Ze hebben wel een waarde, lignines zorgen namelijk voor de voelbare prik in het rantsoen en geven samen met de cellulose en hemicelluloze aanleiding tot herhauwactiviteit.
  • ADL/NDF is een ratio die we berekenen om in te schatten hoe goed de verteerbaarheid van de celwanden zijn. Een lage ADL/NDF ratio komt overeen met een hoge verteerbaarheid van de NDF terwijl een hoge verhouding aangeeft dat de verteerbaarheid laag is.
  • ZET [g/kg DS] Zetmeel zijn onderdeel van de celinhoud koolhydraten. Deze zijn makkelijker verteerbaar dan de RC. Bestendig zetmeel passeert de pens naar de dunne darm en kan rechtstreeks als energiebron gebruikt worden. Onbestendig zetmeel kan gebruikt worden als energiebron voor de pensmicroben (FOS) en/of kan in de pens omgezet worden tot propionzuur en daarna via de lever als energiebron gebruikt worden. Overmaat van onbestendig zetmeel kan via melkzuurvorming tot pensverzuring leiden.
  • BZET [g/kg DS] Bestendig Zetmeel is de fractie van het zetmeel dat moeilijk beschikbaar is in de pens en dat pas in de dunne darm verteerbaar wordt nadat het het daar enzymatisch afgebroken wordt tot glucose. Het levert op die manier een grotere bijdrage aan de glucosevoorziening dan onbestendig zetmeel. Bij een te hoog bestendig zetmeelgehalte komt overtollig zetmeel in de dikke darm terecht. In de dikke darm levert het zetmeel minder energie voor de koe en kan het bovendien leiden tot vorming van ongewenste bacteriën, zoals E. Coli.
  • SUI [g/kg DS] Suikers zijn onderdeel van de celinhoud koolhydraten. Ze zijn zeer snel verteerbaar in de pens (FOS). Een beperkte hoeveelheid suiker resulteert mogelijks via bètahydroxyboterzuurvorming in extra melkvet, echter overmaat kan via melkzuurvorming tot pensverzuring leiden.
  • VET [g/kg DS] Vetten (dikwijls ook afgekort als RV), zijn zeer energierijk. Bestendige vetten passeren de pens. Voor niet-bestendige vetten is de toelaatbare hoeveelheid beperkt om een goede penswerking niet te verstoren.

Technisch-economische kengetallen

Naast de zuivere voederwaarden, is het belangrijk om ook technische en economische kengetallen van een rantsoen te evalueren. Met deze inzichten kan je sturen richting de economisch meest efficiënte rantsoenering.

OPGELET: deze kengetallen zoals getoond in de rantsoen module moeten geïnterpreteerd worden als te verwachten waarden op basis van theoretische melkproducties. Een berekening op basis van reële producties en andere kengetallen van de rantsoenering kan je evalueren in de Prestaties sectie in Farmdesk.

Verwachte melk

  • Verwachte VEM melk is de theoretisch te verwachten melk (met opgegeven gehaltes) die mogelijk is via de totaal aangeboden energie (VEM) in het rantsoen.
  • Verwachte DVE melk is de theoretisch te verwachten melk (met opgegeven gehaltes) mogelijk via aangeboden eiwit (DVE) in het rantsoen.
  • Voor een evenwichtig rantsoen, moeten VEM en DVE meetmelk dicht bij elkaar liggen.

Verwachte meetmelk

  • Idem als hierboven, maar dan berekend op basis van meetmelk met 4,00% vet en 3,33% eiwit.

Krachtvoer per 100 kg verwachte meetmelk

  • Deze waarde geeft de theoretische hoeveelheid krachtvoer (in kg krachtvoerequivalent, dus aan 89% droge stof) voor de productie van 100 kg te verwachten meetmelk. Hierbij gebruiken we met het minimum van de VEM en DVE verwachte meetmelk.
  • Onder krachtvoer verstaan we hier vochtige bijproducten, enkelvoudig krachtvoer, mengvoer en voer additieven.

Totaal krachtvoer

  • Deze waarde geeft het percentage van alle krachtvoer-achtigen ten opzichte van de totale droge stof opname. Dit betekent de som van vochtige bijproducten, enkelvoudig krachtvoer, mengvoer en voer additieven.
  • Daarnaast wordt ook de absolute hoeveelheid krachtvoer in kilogram gegeven, uitgerekend als zouden alle componenten 89% DS hebben (de standaard drogestof van mengvoer).

Ruwvoermelk

  • Deze waarde geeft het theoretische percentage van melkproductie afkomstig van ruwvoer.
  • VEM ruwvoermelk geeft de fractie aan via aangeboden energie via ruwvoer.
  • DVE ruwvoermelk geeft de fractie aan via aangeboden eiwit via ruwvoer.

Voerefficiëntie

  • Dit is de verhouding van de verwachte kg meetmelk en de totale opname voer in kilogram droge stof.
  • Als waarde voor de te verwachten kg meetmelk gebruiken we met het minimum van de VEM en DVE verwachte meetmelk.

Rantsoenkost

  • Deze waarde geeft de kostprijs (in EUR) van het rantsoen.
  • De waarde per kg DS is de netto kostprijs per kilogram droge stof.
  • De waarde TOTAAL is de netto kostprijs van het totale rantsoen, dus afhankelijk van de hoeveelheid kilograms.
  • Opgelet: deze waarde is enkel juist indien correcte voederprijzen worden gehanteerd.

Voerkost

  • Deze waarde geeft de theoretische voerkost (in EUR) voor de productie van 100 kilogram te verwachten meetmelk. Hierbij gebruiken we met het minimum van de VEM en DVE verwachte meetmelk.
  • Opgelet: deze waarde is enkel juist indien correcte voederprijzen worden gehanteerd.